AMH zou moeten aangeven hoe groot je eicelreserve is, of je met hormoonmedicatie goed te stimuleren bent tijdens een vruchtbaarheidstraject en of de overgang al dan niet in zicht is. Maar ondertussen zijn de meeste fertiliteitsklinieken het erover eens: een enkele AMH-waarde zegt eigenlijk niet zoveel over je vruchtbaarheid. Hoe zit dat nu precies? En wat kun je zelf doen? Dat en meer bespreek ik in deze blog.
Gelijk weten wat je kan doen? (In sommige gevallen is er wat aan te doen!) Klik hier.
Lage AMH? Lees dit eerst.
In mijn praktijk zie ik héél vaak vrouwen met een verlaagd AMH. Hoe lager de waarde, hoe groter de paniek (begrijpelijk!) want ineens lijkt het alsof er een aftelklok is gaan lopen. Elke maand voelt als een verloren maand met die tikkende tijdbom onder je eierstokken. Vakanties worden uitgesteld, werkplannen gaan de ijskast in, en voor je het weet staat je hele leven in het teken van die ene bloedwaarde, met nog maar één vraag: maak ik überhaupt nog een kans?
Mijn antwoord zal je misschien verrassen. Voor de meeste vrouwen is er nog wel degelijk hoop. In de afgelopen jaren heb ik écht veel vrouwen begeleid met een lage AMH-waarde die uiteindelijk moeder zijn geworden, met eigen eicellen. Soms spontaan, soms met hulp van een fertiliteitstraject. Sommige van hen hadden de diagnose ‘uitbehandeld’ gekregen. (In deze podcast vertel ik het hoopvolle verhaal van Annemieke, 34 met een ‘POF’ diagnose: Prematuur Ovarieel Falen.)
Natuurlijk wil ik geen valse hoop wekken en kan niemand een zwangerschap beloven en is een lage AMH zeker iets om serieus te nemen. Maar ik zie ook té veel vrouwen in paniekmodus (en dat helpt je stress-levels ook niet perse) die onvoldoende ingelicht zijn. Een lage AMH vertelt namelijk niet altijd het hele verhaal. In dit blog leg ik uit wat AMH precies meet, wat het je wél vertelt, en wat je eventueel kan doen.
Wat is AMH?
AMH – oftewel Anti-Müllerian Hormoon – is een eiwit dat wordt geproduceerd door cellen in de follikels van je eierstokken. Het meten van AMH werd populair na onderzoek in de jaren ’90. Tijdens dat onderzoek zagen fertiliteitsartsen een verband tussen AMH-niveaus en het aantal rijpende eitjes bij ovariële stimulatie tijdens een ICSI of IVF traject. Destijds concludeerde men dat lage AMH-waarden direct betekenden dat je weinig eicellen op voorraad had – en dus dat de overgang op de loer lag – én dat je minder kans had op een succesvolle vruchtbaarheidsbehandeling.
Veel fertiliteitsartsen zijn het er inmiddels over eens dat een lage AMH-waarde niet alles zegt over je eicelreserve, of je slagingskansen tijdens een traject. Uit recent onderzoek blijkt dat AMH-waarden minder statisch zijn dan eerder werd gedacht. Ze worden beïnvloed door factoren zoals je levensstijl en de fase van je menstruatiecyclus – iets wat ik ook vaak terugzie in mijn praktijk. Daarom wordt één enkele AMH-meting niet langer beschouwd als een doorslaggevende graadmeter.
Een voorbeeld: laatst had ik een dame op consult met een AMH-waarde van 1. Dat is vrij laag. Maar bij een volgende meting bleek haar AMH-waarde gestegen naar 2! Hoe kan dat?
Het blijkt dat je AMH-waarden het hoogst zijn wanneer je follikels (eicelblaasjes) kleiner zijn dan 4 millimeter. In dit mini-stadium produceren ze namelijk de meeste AMH. Naarmate de follikels groter worden, neemt de AMH-productie af. Bij follikels van 8 millimeter is er soms zelfs helemaal geen AMH-productie meer!
Dat betekent dat het tijdstip van de meting een verschil kan maken. Met andere woorden: de timing van de test is cruciaal en kan de resultaten beïnvloeden.

Enkel AMH meten geeft geen volledig beeld
Eén enkele AMH-meting geeft dus geen volledig beeld van je eicelreserve of een mogelijk naderende overgang. Om een beter inzicht te krijgen, is het veel nuttiger om je AMH-waardes tijdens je cyclus meerdere keren te meten. Zo kun je een patroon ontdekken in hoe je AMH-aanmaak gedurende de cyclus fluctueert.
Daarnaast is het belangrijk om andere relevante waarden mee te nemen, zoals FSH, LH en inhibine-B. Veel (buitenlandse) klinieken combineren deze metingen met een antrale follikel meting. (Al deze termen is leg ik hieronder uit.) Combineer je al deze gegevens, dan krijg je pas echt een goed beeld van je eicelvoorraad en hormonale status!
Wat zijn FSH, LH, inhibine-B en AFM?
- FSH (follikelstimulerend hormoon): dit hormoon stimuleert de rijping en groei van follikels (eicelblaasjes). Een verhoogde FSH-waarde kan duiden op veroudering van de eierstokken.
- LH (luteïniserend hormoon): dit hormoon zorgt voor de eisprong en de vorming van het corpus luteum (het ‘gele lichaam’) – dat progesteron produceert. Progesteron is essentieel voor een goed en gezond baarmoederslijmvlies, waarin een embryo zich kan innestelen.
- Inhibine-B: dit eiwit wordt geproduceerd door de zich ontwikkelende follikels in de follikelfase (ook wel het ‘follikelcohort’ genoemd). Inhibine-B remt de afgifte van FSH. Een lage inhibine-B waarde wijst op een afname van het follikelcohort, oftewel een afname van follikels die beginnen te rijpen.
- Antrale follikel meting: hierbij worden tijdens een vaginale echo – meestal op de tweede of derde dag van je cyclus – alle antrale follikels geteld. Dit zijn follikels die aan de rijpen zijn. Eentje daarvan, de meest dominante, zal uiteindelijk helemaal uitrijpen en als winnares de (ei)sprong wagen. Naarmate je ouder wordt, neemt het aantal antrale follikels meestal af.
Laag AMH: ben ik de overgang?
Als je tegen de overgang aanzit, kun je dit vaak herkennen aan de volgende kenmerken:
- Weinig antrale follikels
- Lage AMH-waardes
- Lagere inhibine-B waarden
- Verhoogde LH-spiegels, waardoor het dominante follikel niet (voldoende) tot ontwikkeling komt
- Verhoogde FSH-waarden
Maar let op: een FSH-waarde boven de 15 U/l betekent niet automatisch dat je in de overgang zit. Om ‘officieel’ in de overgang te zijn, moet je FSH langdurig hoger zijn dan 30 U/l én is de LH/FSH-verhouding vaak groter dan 1 op 5. Met andere woorden: er zijn flink wat criteria waar je aan moet voldoen voordat je echt kunt spreken van de overgang ;-).
Een hoge AMH-waarde: wat betekent dat?
Te hoge AMH-waardes komen ook voor. Dit betekent AMH-waarden boven de 4 ng/l. Deze hogere waarden zie je vaak bij vrouwen met PCOS (tegenwoordig ook PMOS genoemd). Als je PCOS hebt, maak je namelijk veel meer kleine follikels aan, en dus ook meer AMH. Want AMH wordt geproduceerd in de cellen van je follikels. En dus geldt: meer follikels = meer AMH.
Met hoge AMH-waardes loop je ook een grotere kans op overstimulatie tijdens een vruchtbaarheidstraject. Dit wil zeggen dat onder invloed van hormoonmedicatie te veel eitjes té snel gaan rijpen (letterlijk zwellen), waardoor je gevaarlijke bloedingen kan krijgen.
Oorzaken van lage AMH-waarden
In de praktijk zie ik 3 oorzaken:
Veroudering. Dan heb ik het over vrouwen die de 40 voorbij zijn. Dat je dan niet goed meer te stimuleren met trajecthormonen, daar is helaas weinig aan te doen. MAAR, zolang je ovuleert KAN JE ZWANGER WORDEN. Het is dan kwestie om goed voor je eicel(len) te zorgen in aanloop naar de ovulatie. Ik schreef er een heel protocol voor uit.
Genetische of lifestylefactoren: genetische (moeder vervroegd in de overgang) én lifestylefactoren kunnen een vinger in de pap hebben. Denk aan blootstelling aan toxines, roken of de impact van chemotherapie. Nogmaals, je bent niet meer stimuleerbaar dan, maar zolang je ovuleert maak maandelijks een kans, op voorwaarde dat je eicellen niet te veel beschadig werden uiteraard.
Chronische stress. Stel, je krijgt een AMH-waarde die ‘schrikbarend laag’ lijkt en het spookbeeld van een naderende overgang doemt op, terwijl je nog een jonge blom bent. Blijf kalm! Ben je 37 of jonger, zit vervroegde overgang niet in de familie, of ben je niet blootgesteld geweest aan toxines zoals chemo? Dan is het écht te vroeg om conclusies te trekken. AMH fluctueert tijdens je cyclus en één meting zegt lang niet alles.
Hoogstwaarschijnlijk is de oorzaak dat je over langere periode je systeem onder druk gestaan heeft. Het blijkt ook uit tal van onderzoeken (1)(2)(3) dat chronische stress een oorzaak kan zijn van verlaagde AMH waarden. Vrouwen met lage AMH-waarden die aan de slag gaan met stressreductie en aanpassingen in hun voedingspatroon, melden vrijwel altijd een lichte stijging van hun AMH-waarden bij een volgende meting!
Conclusie?
Ja, AMH wordt vaak gebruikt als graadmeter voor je eicelreserve, maar het geeft maar een deel van het verhaal. Lage waarden kunnen beïnvloed worden door stress, toxines en leefstijl – en het goede nieuws? Die stressfactoren kun je aanpakken! Vrouwen die stress verlagen en gezonder gaan eten, zien hun AMH soms zelfs licht stijgen, zo blijkt in ieder geval uit cijfers uit mijn praktijk. Ik zie vaak dat kleine aanpassingen al een wereld van verschil maken!
Bovendien: zolang je ovuleert en er geen ‘technische’ problemen zijn bij jou of je partner, maak je elke maand kans op een natuurlijke zwangerschap. Laat je dus niet ontmoedigen door één enkele AMH-meting. Kijk naar het grotere plaatje en combineer AMH met andere tests zoals FSH (op dag drie!), LH, inhibine-B en antrale follikelmetingen voor een completer beeld.
Wat kan je doen?
Val je in de categorie laag AMH, ‘Relatief jonge blom’, zit er geen vervroegde overgang in de familie en ben je in het verleden niet blootgesteld aan chemo of andere toxines? Heb je een periode achter de rug waar je heel veel druk ervoer? (Denk aan kinderwens, gedoe in de familie, werkdruk, etc.)? Of, je bent niet zo jong meer, maar je hebt wel een cyclus met een eisprong? Dan zijn er zeker dingen die je kan doen.
👉🏻 Hou er rekening mee dat je AMH niet plots 3 punten zal stijgen, maar de kwaliteit van je eicellen die je nog hebt, daar heb je nog invloed op en kan je wél op focussen.
Er zijn vier belangrijke routes.
1. Haal de druk van de ketel
Kijk eerlijk naar wat jou spanning oplevert en neem waar mogelijk maatregelen om die druk te verlagen. Laat je begeleiden als dat nodig is. Na een periode van langdurige of extreme stress heeft je HPA-as, het systeem tussen je hersenen en bijnieren dat je stressreactie regelt, tijd nodig om weer tot rust te komen.
Ontspanning is daarbij geen leuk extraatje voor als je toevallig nog een gaatje in je agenda hebt. Chronische stress kan stille ontstekingen en vrije-radicalenschade versterken, waardoor ook het genetisch materiaal in cellen beschadigd kan raken. Minder stress ondersteunt daarom niet alleen de kwaliteit van je eicellen, maar ook je hormoonbalans, doorbloeding en algemene herstelvermogen.
In deze podcast leer je meer over de invloed van stress.
2. Bescherm je slaap
Ga op tijd naar bed en vermijd ledlicht en blauwe schermen in het laatste uur voordat je gaat slapen. Goede slaap ondersteunt je hormoonhuishouding, herstel en aanmaak van melatonine, een antioxidant die ook je eicellen helpt beschermen.
3. Pas je voeding aan
Eet zoveel mogelijk puur en onbewerkt, dus liever geen dagelijkse optocht van pakjes en zakjes. Kies voor groenten, zeevis, gezonde vetten en andere voedingsmiddelen die rijk zijn aan antioxidanten, en vermijd beschadigde en sterk bewerkte vetten. Streef naar minimaal 400 gram groenten per dag en zorg dat je bloedsuikerspiegel stabiel blijft. Een goede insulinegevoeligheid is belangrijk voor je vruchtbaarheid.
In de app vind je meer dan 60 recepten en een handige wel/niet-tabel die aansluiten bij deze richtlijnen. In les 10 van het gratis online programma kun je testen hoe het met jouw bloedsuikerspiegel gesteld is.
4. Zet supplementen gericht in
Met het ouder worden maak je sommige stoffen minder efficiënt aan of neemt de behoefte toe. Toch blijft je voeding en lifestyle (ontspannen!) de basis. Moest ik toch weer even kwijt :-). Denk onder andere aan:
CoQ10 en PQQ, ter ondersteuning van de energieproductie en de mitochondriën in je eicellen. Met het ouder worden neemt de aanmaak van CoQ10 in de eicel aantoonbaar af, en suppletie herstelt in onderzoek de mitochondriale functie en verbetert de eicelkwaliteit bij oudere vrouwen (1)(2). PQQ ondersteunt daarnaast de aanmaak van nieuwe mitochondriën en de bescherming tegen oxidatieve schade (2). Ik zet deze 2 samen in als UbiPQQ.Hier lees je meer over PQQ en coQ10.
Cordyceps: Cordyceps sinensis (een paddesteoel) kan, via stimulatie van StAR-eiwit en aromatase in de granulosa-luteïnecellen, de oestrogeenproductie verhogen die nodig is voor eicelrijping, en zo mogelijk bijdragen aan een betere eicelopbrengst tijdens een traject (1). Lees hier of het voor jou geschikt is.
DHEA, dat bij een verlaagde eicelreserve soms kan worden ingezet. Onderzoek bij vrouwen met een verminderde eicelreserve laat een verbetering zien in AMH-waarden en eicel- en embryo-opbrengst, vooral bij vrouwen jonger dan 38 (3)(4). Het is niet voor iedereen geschikt (je kan DHEA ook natuurlijk verhogen), dus overleg altijd met een arts of therapeut. In dit blog lees je de ins & outs van DHEA.
En natuurlijk, de basis:
Een antioxidantencomplex en omega 3 met DHA, om eicellen te helpen beschermen tegen vrije-radicalenschade. Omega-3-vetzuren en antioxidanten verhogen de antioxidantcapaciteit van de eicel en beschermen tegen oxidatieve schade tijdens de rijping (5)(6)
Actieve B-vitamines, waaronder folaat, B12, B6 en B2. Zie onder waar je moet op letten!
En, magnesium, het ontspan mineraal. Neem het als bysglinaat.
Belangrijk om te weten voor je naar de winkel rent:
Je zult gemerkt hebben dat ik het niet heb over apart foliiumzuur, Dat heeft een reden. Tijdens de rijping van een eicel wordt het DNA gekopieerd en vinden belangrijke epigenetische processen plaats. Daarvoor zijn niet alleen folaat, maar ook vitamine B12, B6 en B2 nodig. Onderzoek laat zien dat juist de samenwerking tussen deze B-vitamines belangrijk is voor een goede eicelkwaliteit en de vroege ontwikkeling van het embryo en de placenta (9).
Daar komt nog iets bij. Ongeveer de helft van de bevolking zet synthetisch foliumzuur minder goed om naar de actieve vorm 5-MTHF (10). Daarom werk ik liever niet met losse foliumzuurtabletten, maar met een goede multi waarin folaat al in de actieve vorm aanwezig is, bijvoorbeeld als Quatrefolic®, gecombineerd met de actieve vormen van vitamine B12 en B6. Want uiteindelijk gaat het niet om zo veel mogelijk slikken, maar om de juiste stoffen in de juiste balans.
In dit Fertility Essentials pakket zijn al deze ingrediënten bewust op elkaar afgestemd. Zo hoef je niet zelf allerlei losse supplementen bij elkaar te zoeken of te gokken of je van het ene misschien te veel en van het andere juist te weinig binnenkrijgt. Uiteindelijk gaat het niet om zo veel mogelijk slikken, maar om de juiste voedingsstoffen, in de juiste vorm én in de juiste balans.
Wil je een uitgebreid stappenplan? In de app heb ik een hele route stap voor stap uitgeschreven. Je vind ‘m je hier.
Referenties
(1) Coenzyme Q10 restores oocyte mitochondrial function and fertility during reproductive aging — https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC4568976/
(2) Role for coenzyme Q10 and pyrroloquinoline quinone in mitigating obesity-associated reproductive dysfunction — https://academic.oup.com/biolreprod/advance-article/doi/10.1093/biolre/ioaf185/8234311
Dehydroepiandrosterone (DHEA) supplementation in diminished ovarian reserve (DOR) — https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3112409/
(3) DHEA Supplementation Improves the Outcomes of IVF Cycles in Older Patients With Diminished Ovarian Reserve — https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC6873389/
(4) Effect of omega-3 supplements or diets on fertility in women: A meta-analysis — https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S2405844024053556
(5) Omega-3 fatty acids and L-carnitine prevent meiotic oocyte damage induced by follicular fluid — https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC10718549/
(6) Status of maternal serum B vitamins and pregnancy outcomes (IVF-ET), Frontiers in Nutrition, 2022 — https://www.frontiersin.org/journals/nutrition/articles/10.3389/fnut.2022.962212/full
(7) Nutrition and DNA Methylation: How Dietary Methyl Donors Affect Reproduction and Aging, MDPI Dietetics, 2025 — https://www.mdpi.com/2674-0311/4/3/30
(8) Effect of imbalance in folate and vitamin B12 in maternal/parental diet on global methylation, Nature Scientific Reports, 2019 — https://www.nature.com/articles/s41598-019-54070-9
(9) MTHFR Gene Variant and Folic Acid Facts, CDC — https://www.cdc.gov/folic-acid/data-research/mthfr/index.html



